Ierland – De Dikke Druyff als verhuisboot!

Na de laatste klusjes te hebben afgerond vertrekken we op woensdagmiddag 2 juni naar de Roompot. Vandaar via Nieuwpoort naar Dover (alwaar we Bart’s verjaardag hebben gevierd) vervolgens Brighton en Cowes, daarna Weymouth, Salcombe en Falmouth. Steeds met een lekker bakstagwindje, niet al te ruwe zee en veelal zonnig weer! Ideaal dus om in te slingeren. Gemiddeld 1 dag varen gevolgd door 1 dag “rust”. Op 14 juni arriveren we in Falmouth. Een mooie tocht. De boot en wij genieten er volop van.

Op de 16e vertrekken we met een “open” bestemming. De windvoorspelling is Bf 3-4 tussen NW en NO, en na Land\’s End moeten we noord uit. Aan de noord kust van Cornwall zijn er niet veel havens, waar wij met de Dikke Druyff in kunnen. Zeker niet wanneer het onbekende havens aan lager wal zijn. Dus het wordt of de zuid kust van Wales, of Ierland in de buurt van Cork. En als we het niet meer zien zitten kunnen we ook nog altijd naar de Scillies. Het is uiteindelijk Milford Haven in Zuid Wales geworden, waarbij we de gehele oversteek (100 nM!) van het Bristol Channel hebben moeten kruisen. Maar het was een rustige windje met een vlakke zee en een heldere, “maanrijke” nacht. En bovendien werden we bij zonsondergang vergezeld door een enthousiaste school dolfijnen. In Milford Haven blijven we een paar dagen liggen en bekijken we onze eerste WK voetbalwedstrijd (NL-Japan). Op zondag 20 juni vertrekken we naar Fishguard via de Ramsey Sound; een “wildwaterbaan” die alleen bij rustig weer en dood tij verantwoord te varen is. Dat was het gelukkig ook. Onderweg zien we nog een heleboel Puffiins fladderen. En wij dachten, dat ze die alleen in Schotland hadden. Maar Skokholm is ook een bekend Puffin eiland.

Geankerd in Fishguard. Wat een heerlijk Engels dorpje. Oh sorry; ’n Wales’s dorpje. (Anders wordt ik door de pubbaas nog vermoord, als hij het leest!)

De volgende dag, maandag, door naar Aberyswyth, een typisch Wales’s vakantie stadje met pier, feodale hotels en een heuse ruïne van een vroeg middeleeuws kasteel. En natuurlijk een gedeeltelijk droogvallende haven.

Dinsdag 22 juni vertrekken we naar Ierland; ’s morgens heel vroeg (in verband met de droogvallende haven). Eindelijk. De Engelse marine probeert ons nog tegen te houden met schietoefeningen, maar na enkele omtrekkende bewegingen lukt het ons deze achtervolgers af te schudden. \’s Avonds meren we af aan de pier van Wicklow om de volgende dag meteen door te varen naar Dun Laoghaire (spreek uit: “dun lairy” ), een voorstadje van Dublin aan de kust, met een verschrikkelijk dure haven (€ 52,- per nacht). Daar ontmoeten we Christoffel. De rollen zijn, na 26 jaar, omgedraaid. Van zijn eerst verdiende geld trakteert hij ons, voor het eerst, op een etentje! Steak. Heerlijk.

Donderdagmiddag 24 juni varen we Dublin binnen. We hebben om 6 uur een opening van de EastLink Toll bridge kunnen regelen en even later meren we af aan een (niet meer gebruikte) steiger van de watertaxi, midden in het centrum van de stad. Hier kunnen we 2 dagen blijven liggen. Gratis! Op zaterdag is de sluiswachter van het Grand Canal Dock er weer. Hij kan ons dan binnen laten, zodat we naast de flat van Christoffel kunnen afmeren. (Lekker makkelijk voor het verhuizen van zijn spullen.) In het Grand Canal Dock zal de Dikke Druyff tot de 15e juli blijven liggen. Kosten: € 15,- sluisgeld en een fles Korenwijn voor de sluiswachter.

Al met al hebben we een vlotte heenreis gehad met meestal een rustig bakstag windje, soms een kruisrak maar dan wel met een rustige zee, een Dikke Druyff die het prima heeft gedaan en bemanning die zich steeds meer in haar element is gaan voelen.

Nu gaan we eerst terug naar Nederland, om Birgit’s ouders op te zoeken, de tuin een grote beurt te geven en natuurlijk ook Birgit’s verjaardag te vieren.

Op 14 juli vliegen we terug naar Dublin. Met een gereviseerde dynamo en vol goede moed om verder te varen. Chris heeft goed op de Dikke Druyff gepast!
De volgende morgen vertrekken we bij laag water en opkomend tij om de eerste brugopening van de Eastlink Bridge te kunnen halen. We hebben wel door de modder moeten ploeteren! Na een korte tijstop verder gevaren richting Arklow. Viel nog vies tegen met windkracht 7 bij Wicklow Head met stroom tegen wind. Een hele onrustige zee met forse brekers.

In Arklow afgemeerd en de boot klaar gemaakt voor onze gasten van het weekend: Chris zou met 3 collega’s van zijn werk 2 dagen meevaren. Vrijdagavond kwamen ze aan met de trein; Martin, Gwladys (beiden Fransoos) en Tanja (Duitse). Na een hapje in de kroeg op tijd naar bed. De volgende dag met een schraal zonnetje en een rustige wind uit het oosten vertrokken richting Tuskar Rock. Gaande weg de reis nam de wind toe en ruimde via het zuiden naar zuidwest. Uiteindelijk dus toch een ruige tocht met 2 bleke passagiers als resultaat. (De vissen hadden geen klagen!) We kwamen te laat aan in Kilmore om in de kroeg nog een hapje te kunnen eten. En de regen viel met bakken uit de lucht. Ook de volgende dag nog. Dus zijn Chris cs aan het begin van de middag richting Dublin vertrokken en hebben wij nog 1,5 dag “verregend” in Kilmore gelegen.

Op dinsdag naar Waterford gevaren. Een prachtige rivier met fantastische uitzichten op mooie haventjes en dorpen. Geankerd in King’s Channel en de volgende dag Waterford in gefietst, wereld beroemd om zijn kristal. Vervolgens de rivier afgezakt tot bij Dunmore, een havenplaats bij de monding; daar voor anker gegaan. Gebeld naar Nederland. Birgit schrok vreselijk van het zwakke stemmetje van haar moeder. De volgende dag, in Cobh, was het niet veel beter. Het besluit om terug te gaan naar NL was snel genomen. Vrijdag 23 juli vliegen we vroeg in de morgen terug, nadat we de Dikke Druyff in East Ferry Marina hebben afgemeerd.

Thuis aangekomen hebben we alle tijd om Birgit’s moeder, samen met haar vader en Edwin en Janke te verzorgen. Op 7 augustus overlijdt zij vredig, 93 jaar oud. Wij zijn intens verdrietig. Ze wordt in Antwerpen begraven.

Omdat we een kort bezoek aan NL (van 10 – 17 augustus, al in een eerder stadium gepland hebben (en al tickets  in  ons bezit), vertrekken we (met pijn in ’t hart)  op 17 augustus terug naar Cobh / Cork. Birgit’s vader reageert enthousiast op onze vraag of hij ons enkele dagen wil vergezellen. We spreken op 5 september af in Falmouth. De familie Kist heeft hieraan hele goede vakantieherinneringen (1966) overgehouden. Zelf houden we dan nog 2 1/2 week over om langs de Ierse zuidwest kust te trekken alvorens de terugweg te aanvaarden.

Via Kinsale en Baltimore ronden we enkele dagen later de Fastnet Rock. We ankeren in Crookhaven en fietsen naar Mizzenhead. De volgende dag doen we het zeilend overnieuw. We passeren vervolgens een hele veestapel (the Bull, the Cow en the Calf), indrukwekkende eilandjes voor de kust van “the Ring of Kerry”, en vervolgens Little en Great Skellig.

En, ………………… dan opeens …………….. zien we een fonteintje naast onze boot. Het duurt best wel een tijdje, voordat we ons realiseren, dat die grote zwarte rug met een klein vinnetje,  die langzaam langs onze boot door het water glijdt (uiterst relaxed) een heuse WALVIS moet zijn! Birgit maakt een rondedansje van plezier! Het moet best wel een grote zijn, want we zien alleen maar die -water spuwende- rug, zonder kop of staart, en die is al zeker 10 meter lang!! We zijn zo verbouwereerd, dat we pas naar ons fototoestel grijpen, wanneer de walvis al kilometers weg is!

We ankeren bij Portmagee en de volgende dag varen we naar Dingle bay, waar (geloof het of niet) de wereldberoemde dolfijn Fungie ons bij de haveningang enthousiast begroet.

Via Valencia, aan de overkant van de baai (waar we een “afgedankte Nederlandse veerpont” zien met de veelzeggende naam “God zij met ons III”, hier nog steeds in aktieve dienst) varen we naar de mooiste ankerbaai ooit: Sneem Harbour. Ook hier worden we verwelkomd, maar nu door een hele dolfijnen-familie, die ons de baai in begeleidt en later op de avond bij een ondergaande zon op een eindeloze show trakteert rondom de Dikke Druyff, met de allermooiste buitelingen en salto’s ooit en als slotstuk een heuse “voetbalwedstrijd”, waarbij een visje als “bal” dient! 

Het is inmiddels 30 augustus. De tijd dringt. Bob komt op 5 september in Falmouth aan.  En dat is nog minstens 300 Nm verder. De vooruitzichten zijn niet gunstig:  een windkracht 6-7 uit een richting tussen oost en zuid. Laat ie nou net alle dagen uit het zuidoosten komen,  precies de richting waar we naar toe moeten. Een hoog opbouwende zee. De afstand wordt minstens verdubbeld en het comfort geminimaliseerd! Ik betrap me er op een gegeven moment op,  dat ik niet of nauwelijks drink,  zodat ik niet naar binnen hoef om te plassen! In plaats van 1 1/2 dag doen we er ruim 3 dagen over om de Scillies te bereiken en de volgende dag door te varen naar Falmouth. Het leed wordt enigszins verzacht door groepjes dolfijnen, die regelmatig poolshoogte komen nemen hoe het de Dikke Druyff vergaat. Op vrijdagmorgen 3 uur laten we het anker zakken in Falmouth. Op zaterdag halen we de auto op, waarmee we op zondag Bob van het vliegtuig halen. We touren in de omgeving rond, bezoeken Flushing en de Smuglers Inn, varen op de river Fal en genieten van lekkere eethuisjes. Op dinsdag vertrekken we, bij prachtig weer, naar Fowey. De volgende dag gaan we verder richting Dartmouth. Een gedeelte leggen Bob en Birgit af met de (stoom)trein. Ik krijg een paar prachtige sokken van Bob kado: 1 rooie en 1 groene, met de vermelding: “a Captain’s aid to navigation”. Vanaf Dartmouth gaat Bob op eigen gelegenheid terug naar Nederland terwijl wij in 2 lange trajecten (Dartmouth – Cowes, Cowes – St Annaland) in 4 dagen naar huis varen. Eindelijk zit alles mee; een lekker bakstag windje bij een strak blauwe hemel. Een vlotte en rustige terugreis dus.

We kijken met gemengde gevoelens terug op deze prachtige reis. De omgeving is meer dan fantastisch. Ierland straalt een enorme rust uit. Het weer heeft enorm meegezeten. Het was uniek om Christoffel op te zoeken in Dublin en een hele eer om de Dikke Druyff als verhuisboot in te zetten. 
Maar de ziekte en het verlies van Birgit’s moeder hebben deze periode met verdriet gekleurd. Natuurlijk, 93 jaar is een mooie leeftijd…..het blijft toch je moeder.